Hogeschooldocentschap is meer dan lesgeven · 22 mei 2011 span>
Een hogeschooldocent beschreef onlangs in een bekend dagblad dat de onderwijsinspectie eenzijdig onderzoek deed naar procedures op zijn hogeschool. De onderwijskwaliteit op papier is vastgesteld. De docent vraagt zich af waarom de inspectie zijn lessen niet bezocht. Die vormen het hart van het onderwijs, meent hij. Ik denk dat docenten verder moeten kijken dan hun les lang is. Lessen vormen een deel van het aangeboden onderwijs. De kwaliteit van onderwijs wordt echter ook bepaald door adequate toetsen, handleidingen, opdrachten, oefeningen én het gebruik ervan. Daar is terecht door de inspectie naar gekeken. Ook is gekeken naar collegiaal toezicht van commissies op de kwaliteit van ontwikkelde onderwijsmaterialen.
Het is niet vreemd dat hogeschooldocenten lessen belangrijk vinden. Docenten spreken daar over hun vak. Ze hebben het gevoel een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van jonge professionals.
Maar deze opvattingen zijn te eng, te smal. Docenten zijn niet uitsluitend expert. Ze zijn werknemer bij een schoolorganisatie, een opleiding waar met meerdere mensen gepoogd wordt studenten iets te leren. Daar hoort afstemming met collega’s, gebruik van bepaalde standaarden, registratie en archiveringsplicht en nog veel meer bij. Docenten hebben zich te verantwoorden, naar interne- én externe partijen. Of zij dit leuk vinden of niet.
De huidige toestanden in het hoger beroepsonderwijs zijn deels toe te schrijven aan het kwaliteitsbewustzijn van docenten. Dit is onvoldoende ontwikkeld. Een aantal oorzaken ligt daaraan ten grondslag. Ten eerste worden doorgaans opleidingsmanagers en kwaliteitszorgmedewerkers verantwoordelijk gehouden voor kwaliteitszorgtaken. Congressen, seminars en workshops over stelselwijzigingen, worden door hen bezocht. Alleen projectmatig worden docententeams bij kwaliteitszorgactiviteiten betrokken, zoals bijvoorbeeld bij accreditaties. Ten tweede worden accreditatiekaders en kwaliteitszorgsystemen van een eigen opleiding door docenten onvoldoende gekend. Het toetsingskader dat de NVAO en de onderwijsinspectie hanteert, vormt een materie op zich. Voor het nieuwe accreditatiestelsel, worden geen lesgevende docenten geschoold. Ook behoort deze kost niet tot een inwerkprogramma op hogescholen. Ten derde worden docenten op studiedagen vaak geconfronteerd met onderwijskundige kaders, didactische modellen en termen met wisselende betekenissen. Een totaalbeeld ontbreekt en zorgt ervoor dat docenten door de bomen het bos niet meer zien. Aanpassingen van onderwijsmaterialen komt daarna zonder ondersteuning moeilijk op gang. Daar komt bij dat structureel overleg tussen docenten lastig is. Docenten hebben verschillende takenpakketten en werken vaak voor meerdere opleidingen (of bedrijven). Onderwijsontwikkelingstaken voeren zij naast hun lessen uit.
Kwaliteitszorgbewustzijn begint vaak als docenten didactische cursussen doorlopen en een beeld krijgen hoe een opleiding is georganiseerd. In dit soort cursussen horen zij aan welke eisen lessen, studieprogramma’s en onderwijsmaterialen moeten voldoen. Ook horen zij wat zichtbaar moet worden.
Het onderwijs is op bepaalde opleidingen te vrijblijvend geweest en te veel bepaald door managers die zich niet lieten tegenspreken door meedenkende docenten. Zaak is te investeren in docenten en managers die weten hoe een onderwijsbedrijf werkt. Hopelijk begrijpen zij straks dat autonomie op hogescholen om een blik in de keuken vraagt. Niet als controlemiddel, maar ter optimalisatie van eigen onderwijs (en niet alleen lessen). Als we zover zijn, hoop ik dat de onderwijsinspectie ook een stapje terug doet.
Goedkope hbo-docenten · 11 juli 2008 span>
Van de week hoorde ik een opleidingsmanager na een sollicitatieronde zeggen dat zijn kansen verkeken waren. Hij kon geen geschikte economiedocent voor zijn MER opleiding krijgen. Een van de zes kandidaten bleek geschikt te zijn, hij haakte af toen hij hoorde ingeschaald te worden in schaal 11. In het voortgezet onderwijs werd hij in schaal 12 geplaatst.
Ik begrijp deze kandidaat. Het HBO is op zoek naar goedkope krachten. Dat wordt niet gezegd, de praktijk laat dit wel zien. Ik heb in de afgelopen jaren nog geen beginnend docent opgetogen horen vertellen dat hij vanuit schaal 12 kon starten. Er is hem beloofd dat dit behoort tot de mogelijkheden. Maar met deze beloftes kan hij niet naar de bakker. Dat hogescholen vanuit begrotingen werken en personele kosten willen beperken snap ik. Nieuwe medewerkers moet je vanuit loopbaanperspectief misschien niet te hoog inschalen. Wat ik niet begrijp is dat docenten nog steeds taken uitvoeren die echt door werknemers in schaal 4 uitgevoerd kunnen worden. Een directeur van een supermarktconcern laten we toch ook geen vakken vullen. Daar is die man te duur voor. Er wordt in het onderwijs geld weggegooid. Tijdens cursussen Timemanagement hoor ik dat docenten in schaal 12 en zelfs 13 (‘tja als ex opleidingsmanager kan je niet teruggezet worden) zelf kopietjes draaien. Ze zijn uren met de vormgeving van werkbladen bezig. Als ze over de cijferadministratie beginnen, komt de stoom uit hun oren. Voor deze klussen hebben zij geen wetenschappelijke opleiding nodig. Veel eenvoudige taken zijn hbo-docenten uit handen te nemen. Zo komt er tijd vrij voor inhoudelijk verdieping, overleg, afstemming, oefening. Ik stel voor om iedere hbo-docent een secretaresse, drie studentassistenten, een docent in opleiding, een collega in schaal 10 en een collega in schaal 11 toe te kennen. Maximale ondersteuning inderdaad. ‘Dure’ krachten moeten toch gerichter in te zetten zijn?
Eigenwijze docenten · 21 juni 2007 span>
‘Wat moet ik met zo’n man?’ vroeg ze mij bijna radeloos. We zaten in een voorbespreking van een studiedag. Ze wilde als opleidingsmanager de studiedag inzetten om toetsactiviteiten effectiever te organiseren. De betrokkenheid van haar team richting studenten was groot. Of alles efficiënt en effectief verliep, daarover had zij haar twijfels. Veel docenten besteedden veel tijd aan het toetsen. Als opleidingsmanager viel haar op dat twee docenten voortdurend kritiek leverden op de organisatie. Ook het inefficiënte beoordelen werd toegeschreven aan de organisatie. De twee critici uit het team bleven stug volhouden dat zij te weinig tijd kregen om te beoordelen. Als opleidingsmanager kwam ze geen stap verder. Zij moest het helaas doen met de toegekende uren. Het enige dat zij als opleidingsmanager kon doen, was collectief naar oplossingen zoeken. Meer kon ze niet.
Op de studiedag wilde ze met het team tot gedragen afspraken komen. Maar ze voorzag nu al problemen. Ze hoopte dat ik het team op een positieve manier kon beïnvloeden. Ze hoopte vooral dat ik als trainer die twee kritische heren mee zou trekken. Ik beloofde mijn best te doen en middels gerichte opdrachten tot een gedeelde aanpak te komen.
Toen de voorbespreking was afgelopen besefte ik me dat haar verhaal over het blijvend verzet van twee docenten ‘typisch hbo’ was. Organisatieproblemen werden door hen niet gedeeld. Betrokkenheid niet getoond. Deze twee docenten schreven werkelijk alles aan anderen toe. Steeds op een agressieve manier. Daarmee beïnvloedden zij ook collega’s in het team.
Na het aanhoren van deze opleidingsmanager rezen mijn twijfels over de vraag of docenten wel over volledige autonomie moeten beschikken. Of zij inderdaad in staat zijn de juiste beslissingen te nemen. Deze docenten opereerden als solisten. Ze waren niet in staat zich als teamlid te buigen over deze problematiek. En vermoedelijk zou de studiedag daar ook niet aan bijdragen.
Werkdruk, schei toch uit…………… · 9 mei 2007 span>
Er wordt enorm geklaagd over de werkdruk in het onderwijs. Wat onder werkdruk wordt verstaan is niet altijd duidelijk. De onderwijsbond gaf onlangs een brochure uit. Daarin werd werkdruk van werklast onderscheiden. Werklast bestaat een verzameling taken. Taken als lesgeven, toetsen nakijken, vergaderen, cijfers verwerken. Werklast is objectief vast te stellen.
Werkdruk is subjectiever. Ze wordt verschillend ervaren door docenten. Werkdruk is een gevoel. Veel docenten klagen over de hoge werkdruk zonder zicht te hebben op de feitelijke werklast. Terecht of onterecht. Er zijn docenten die snel werken. Die zakelijk met studenten omgaan. Op de gang wijzen ze studenten vriendelijk op het feit nu geen tijd te hebben en graag een afspraak te maken.
Ze plannen stelselmatig afspraken in hun agenda. Als zij door collega’s afgeleid worden, vragen zij beleefd of taken afgemaakt mogen worden. Ze leven niet bij de waan van de dag maar bereiden onderwijsactiviteiten voor. Op onverwachtse verzoeken gaan ze niet klakkeloos in. Alleen als het past in hun agenda zeggen zij hun medewerking toe. Werkdruk ervaren zij nauwelijks. Ze verdelen hun werklast op een goede manier.
Er zijn ook docenten die altijd tijd hebben voor studenten. Op hun mobiel zijn ze dag en nacht bereikbaar. Ook als zij met andere activiteiten bezig zijn. In de gang knopen zij graag gesprekjes aan. Ook over niet functionele zaken. Als ze even alleen zijn reageren zij het liefst direct op alle binnenkomende mail. Voor vakantiefoto’s van collega’s hebben ze wél even tijd. Vergaderingen moeten niet te strak worden geleid. Deze moeten gezellig zijn. Als zij hun dagelijkse takenlijstje niet krijgen afgewerkt, schuiven zij deze door naar morgen. Soms hoopt het werk zich op. Bijvoorbeeld in beoordelingsperioden. Dan slaat de paniek toe. Werklast wordt werkdruk. Heel gek, maar tijd om hierover te klagen hebben deze docenten dan weer wel.
Hogeschooldocent, wat een wereldbaan · 22 februari 2007 span>
Laatst werd mij gevraagd of mijn columns niet wat vrolijker konden. Natuurlijk kan dat. Ik werk graag vraaggestuurd. Er gaat inderdaad niets boven een baan als hogeschooldocent. Ik heb nog nooit zoveel vrijheid gehad. Op het gevaarlijke af. In lessen kan ik ongegeneerd uitweiden. Niemand die mij in de reden valt. Wat ik thuis aan spreektijd tekort kom haal ik op maandagmorgen al in. Ik mag onderwijstaken uitvoeren naar eigen goeddunken. Niemand die mij op de vingers tikt. Een opdrachtje hier, een testje daar. Wat pluimen en tips voor geïnteresseerden. Alles wat ik doe lijkt goed te zijn. Ik heb de term kritische beroepssituatie dan ook nooit goed begrepen.
Okay, je kunt taken niet leuk vinden. Minder uitdagend, saai. Geen nood. Als hogeschooldocent kun je participeren in allerlei projecten, taakgroepen, denktanks, platforms, stuurgroepen, stuurgroepen van denktanks. Weet je wat zo geweldig is. Dat je nooit afgerekend wordt op projecten die mislukken. Ze worden namelijk nooit geëvalueerd.
Als je toe bent aan andere collega’s, bureau, gebouw of directeur kan je altijd intern solliciteren bij een andere opleiding of dienst. Als docent ben je in dit competentiegerichte tijdperk immers overal inzetbaar. En als een andere locatie je niet aanspreekt is er altijd wel een leuke cursus te volgen. Binnen of buiten de hogeschool. Cursussen leiden niet alleen tot interessante inzichten. Meestal houd je er ook leuke contacten aan over. Een netwerk buiten de hogeschool wordt bovendien nog gewaardeerd ook.
Nee, het werk op de hogeschool is meer dan goed. En dan heb ik het nog niet eens over die personeelsfeesten, borrels, excursies, flessen wijn en kerstpakketten. Een baan als hogeschooldocent kent ook zijn beperkingen. Eerlijk is eerlijk. Ik mag niet dronken voor de klas, mij niet vergrijpen aan studenten en geweld gebruiken. Maar voor de rest is het hier een grote punica-oase.
